Blog met kort nieuws

Verhuren of niet verhuren?

19 feb 2017
Añadir comentario

Sociale media:

Planten die tegen de droogte kunnen, cactussen en agaves

Het zuiden van Spanje was nooit een gemakkelijke plaats om van het land te leven. De gemiddelde neerslag in delen van het zuiden is 250 mm maar in een droog jaar kan dit zakken tot 135 mm. Om alles in zijn juist perspectief te plaatsen moet men bedenken dat een gewone tuin in België en Nederland  ongeveer 25 mm water nodig heeft en dit alle 10 dagen enkel om de grasperken mooi groen te houden.

 

Om het probleem nog wat groter te maken kan men zeggen dat de regenval dikwijls enorm is en een groot deel van de jaarlijkse regenval er in een maal naar beneden komt en dan doet het ook meer kwaad dan goed.

 

Daar tegenover staat dan weer dat we hier in het zuiden het zonnigste klimaat van Europa hebben, 3.180 uren zon per jaar en dat is goed voor de toeristen maar slecht voor de boeren.

 

Een interessante statistiek laat zien dat het gedeelte van het land gebruikt voor de landbouw in gans Spanje 41,3 % is. In de zuidelijke provincie Almeria is dat 20,6 %.

 

De lokale boeren hebben zich wel moeten aanpassen aan de harde leefomstandigheden. Alhoewel ze nu snel verdwijnen onder de beton laten de oude cortijos (boerderijtjes) zien hoe men vroeger omsprong met de natuurlijke waterbronnen.

 

Het regenwater dat van het dak liep werd opgevangen in een “aljibe”, een ondergrondse water opslagplaats. Meestal kan men deze aljibe vinden onder het huis waar het afgedekt was. Zo kon er geen zonlicht aan het water komen en bleven algen en mossen uit het water. De afdekking zorgde er ook voor dat insecten niet in het water konden geraken om zo het water te besmetten.  Op deze wijze kon er ook geen water verdampen.

 

Deze ondergrondse putten worden nu bijna niet meer gebruikt, enkel op de Canarische Eilanden zijn ze nog in gebruik.

 

De enige vegetatie die op deze verlaten landerijen overleefd en zelfs bloeit  zijn de cactussen en dan vooral de vijgencactus (Opuntia ficus indica) en de agave (Agave americana) komen er veelvuldig voor.

 

Deze planten zijn meegebracht uit Amerika en vormen nu de voorhoede van de planten die zonder al te veel water kunnen overleven.

 

Van de twee vorige planten is de vijgencactus het meest nuttig. De plant zelf kan gebruikt worden om er een afsluiting mee te maken en door zijn vlugge groei is het een hulp tegen de erosie. Zij dragen ook vruchten, tunas, en die zijn vruchten eetbaar.  Soms kan men ze op de lokale markten vinden. Men eet ze best rechtstreeks uit de koelkast  en de pitten kan men heel inslikken.

 

De vijgencactus groeit waar praktisch niets anders groeit en is daardoor zowat het onofficiële symbool geworden van de droogste provincie in zuidelijk Spanje, Almeria.

 

Verder hebben we nog de agave, deze familie telt ongeveer 300 soorten die in grootte variëren van klein tot zeer groot. De agave americana is ongeveer 10 jaar voor hij zijn eerste bloem heeft. Een enorme scheut die gemakkelijk 3 meter hoog kan worden en die 30 cm groeit in één dag. De plant kwijnt dan weg en de stengel kan nog enkele jaren met zijn pittoreske silhouet blijven staan.

 

Als men enkel op vakantie komt of zo nu en dan en men wil toch iets groen in zijn tuin zonder de last en de kost van het besproeien zijn deze twee planten een goede keuze.

 

Op voorwaarde echter dat de tuin niet te klein is, de vijgencactus valt van grootte nog wel mee maar de agave kan na tien jaar een redelijke grootte bereiken.

Versión para imprimir Versión para imprimir | Mapa del sitio
© - Laatst gewijzigd op 07/06/2017