Blog met kort nieuws

Verhuren of niet verhuren?

19 feb 2017
Añadir comentario

Sociale media:

Teken

  1. Algemeen
  2. Kenmerken
  3. Lichaam
  4. Poten
  5. Kop
  6. Wat doe je na een tekenbeet?
  7. Hoe kan je ziek worden van een tekenbeet?
  8. Wat zijn de symptomen van de ziekte van Lyme?
  9. Eitjes van teken

1. Algemeen

Teken zijn kleine zwarte diertjes, niet veel groter dan een speldenkop. Ze komen voor in vochtige, bosrijke gebieden, parken, weilanden en zelfs in tuinen (groot en klein). Ze zitten daar op lage begroeiing als struiken, varens, hoge grassen en dergelijke.

2. Kenmerken

Teken hebben net als alle spinachtigen acht poten maar ze hebben zoals de  echte spinnen geen duidelijke scheiding tussen kopborststuk en achterlijf. Teken kunnen maar met weinig dieren worden verward, een uitzondering zijn de luisvliegen. Deze apart gebouwde bloedzuigende vliegen zijn nagenoeg vleugelloos en kunnen net als een teek het lichaamsvolume tijdens de maaltijd sterk vergroten.

3. Lichaam

Een niet met bloed volgezogen teek is slechts een paar millimeter groot en de meeste soorten hebben onopvallende kleuren zoals bruin en zwart. Als een volwassen vrouwtje zich helemaal volgezogen heeft met bloed, kan ze meer dan een centimeter groot worden.

 

Het lichaam heeft van boven een ronde tot ovale vorm en is in normale toestand plat, van opzij gezien. In volgezogen toestand ziet een teek er bijna rolrond uit, wat mogelijk is dankzij de extreem rekbare huid. Hierdoor kan een teek meer dan tien keer het eigen lichaamsgewicht aan bloed opzuigen.

 

Vooral de vrouwtjes zuigen veel bloed omdat ze proteïnen nodig hebben voor de ontwikkeling van het grote aantal eitjes.

4. Poten

Net als alle spinachtigen hebben teken acht poten, waarmee ze zich onderscheiden van de insecten. Tekenlarven hebben echter tot hun eerste vervelling zes poten, ze zijn hieraan makkelijk te onderscheiden van de nimfen.

 

De poten van een teek zijn vergeleken met andere spinachtigen klein, op de voorpoten bevindt zich op de laatste geleding het orgaan van Haller, dit is een complexe structuur bestaande uit een putje dat een aantal zintuiglijke haren bevat en bij het lokaliseren van de gastheer wordt gebruikt.

5. Kop

De kop van een teek is zeer klein, gefuseerd met het borststuk en nauwelijks zichtbaar.

 

De kop draagt verschillende monddelen, de gepaarde delen aan weerszijden worden palpen genoemd. In het midden is er een zuigsnuit aanwezig en die doet denken aan een tong en bestaat uit een met weerhaken getand steekorgaan.

 

Een tekenbeet wordt door de plaatselijke verdoving niet gevoeld, de stollingsremmer zorgt ervoor dat de teek bloed kan blijven zuigen omdat er geen stolsel wordt gevormd. Harde teken scheiden na zich in de huid te hebben geboord een aparte lijmstof uit waarmee ze zich zeer goed vasthechten.

 

Teken voeden zich met bloed van warmbloedige dieren als fazanten, muizen, egels, herten en mensen. Teken kunnen niet springen of vliegen. Ze wachten daarom in de begroeiing tot een gastheer voorbijkomt.

 

Dan laten ze zich vallen, hechten zich vast aan de huid en het zuigen kan beginnen. Wanneer een teek niet gestoord wordt kan één tekenmaaltijd tot zeven dagen duren. Bij het zuigen wordt het achterlijf van de teek steeds groter.

 

De beet van een teek is in principe pijnloos maar begint na enkele uren wel te jeuken.

6. Wat doe je na een tekenbeet?

Stap 1: Het verwijderen

 

Teken moeten meestal langer dan 12 uur vastzitten voor de bacterie kan overgedragen worden. Vindt u een teek, verwijder die dan ook onmiddellijk. Gebruik hierbij bij voorkeur een pincet.


Let er op dat u met de pincet de teek zo dicht mogelijk tegen de huid vast neemt. Neem indien mogelijk de huid zo vast dat er een "heuveltje" ontstaat.

 

Trek daarna voorzichtig de teek uit de huid zonder het lichaam te verpletteren. Ontsmet nadien de wonde, was uw handen en steriliseer het gebruikte pincet (in kokend water leggen).

 

Noteer in uw agenda de datum dat u een tekenbeet opliep. Als u dan ziek wordt, kan de huisarts beter bepalen of de tekenbeet daarvan de reden kan zijn.

 

Stap 2: Naar de dokter of niet?

 

U hoeft niet bij elke tekenbeet naar de dokter te lopen. De kans dat de ziekte optreedt is klein. Wees de eerste dagen wel aandachtig voor mogelijke symptomen. Verschijnt er een rode ring of wordt u ziek raadpleeg dan uw huisarts.

 

Let op, neem nooit op eigen initiatief preventief antibiotica maar let op, zwangere vrouwen gaan best wel na een tekenbeet langs de huisarts.

7. Hoe kan je ziek worden van een tekenbeet?

Sommige teken zijn besmet met bepaalde ziektekiemen/bacteriën. Bij het zuigen van bloed kan zo een bacterie overgedragen worden op de gastheer. De meest bekende ziekte veroorzaakt door teken is de ziekte van Lyme. Wanneer ze niet behandeld wordt, kan ze leiden tot ernstige ziekteverschijnselen in de spieren, de gewrichten, het zenuwstelsel en het hart.

 

Niet iedereen die een tekenbeet krijgt, wordt ziek.

 

Hiervoor moet:

  • de teek de bacterie met zich meedragen,de teek moet besmet zijn
  • de teek meestal langer dan 12 uren vastzitten op de huid
  • de ziekte doorbreken (dat gebeurt niet bij iedereen)

Recent onderzoek wijst uit dat in België gemiddeld 10% van de teken besmet zijn.

8. Wat zijn de symptomen van de ziekte van Lyme?

3 tot 30 dagen na een tekenbeet kan een rode, ringvormige vlek op de plaats van de beet verschijnen (ongeveer 60 % van de gevallen). Deze vlek wordt geleidelijk groter en voelt warm aan. Er kunnen ook griepachtige verschijnselen optreden (hoofdpijn, keelpijn, vermoeidheid en koorts)

 

Let op, deze verschijnselen zijn niet bij iedereen hetzelfde. De ziekte is goed te behandelen met een antibioticakuur.

Hoe langer men wacht met de behandeling hoe langer het herstel kan duren. Een snelle diagnose is daarom het best. Uitkijken naar tekenbeten en ziekteverschijnselen is dan ook de boodschap.

 

Belangrijk om weten is dat een preventief vaccin tegen deze ziekte nog niet bestaat. En ook diegenen die de ziekte reeds gehad hebben, mogen niet op beide oren slapen. Men kan ze immers opnieuw krijgen.

 

Zowel tijdens als na een verblijf in bos of park kan je een aantal voorzorgen nemen om een besmetting door tekenbeten te vermijden. We zetten ze even op een rijtje.

  • Draag kledij die zoveel mogelijk het lichaam bedekt (lange mouwen, lange broek). De broek wordt best ook in de kousen of hoog schoeisel gestopt. Lichtgekleurde kledij heeft als extra voordeel dat teken makkelijker worden gezien voor ze de huid kunnen bereiken.
  • Draag een hoofddeksel en houd lang haar dicht bij het hoofd.
  • Blijf in parken en bossen zoveel mogelijk op de paden. Je vermijdt daardoor het betredenvan de lage begroeiing waar teken bij voorkeur zitten.
  • Vertrouw niet op insectenwerende middelen op het lichaam of de kledij. Ze bieden niet voldoende bescherming tegen teken.
  • Controleer na elk verblijf het lichaam op teken. Bij de mens zitten deze beestjes bij voorkeur op het hoofd, de nek, oksels en knieholten, de liesstreek en de enkels.

9. Eitjes van teken

Om af te sluiten staan hierna nog twee foto's van eitjes van teken.  Komt u ze tegen op uw wandeling dan weet u in alle geval wat dit is.

Versión para imprimir Versión para imprimir | Mapa del sitio
© - Laatst gewijzigd op 16/08/2017